zaterdag 3 december 2011

Gedicht

door: WisLawa Szymborska
Op elke honderd mensen
zijn er tweeënvijftig
die alles beter weten,
onzeker van elke stap -
¬bijna de hele rest,
bereid om te helpen,
als het niet te lang duurt
- wel negenenveertig,
de goedheid zelve,
omdat ze niet anders kunnen
- vier, nou, misschien vijf
in staat tot bewondering zonder afgunst
- achttien,
om de tuin geleid
door de jeugd die voorbijgaat
- plusminus zestig,
nemen er vierenveertig
alles serieus,
leven er in voortdurende angst
voor iemand of iets
-zevenenzeventig,
hebben er talent om gelukkig te zijn
- twintig, hoogstens dertig,
zijn als individu ongevaarlijk,
maar slaan los in de massa
- meer dan de helft, minstens,
wreed,
als omstandigheden hen dwingen,
- hoeveel weet ik liever niet,
ook niet ongeveer,
wijs door schade
- niet veel meer
dan zonder,
willen er van het leven alleen dingen
- dertig
hoewel ik me liever vergis,
krimpen in elkaar en hebben pijn,
zonder lantaarn in het donker
- drieëntachtig,
vroeg of laat,
zijn er tamelijk veel
rechtvaardig - vijfendertig
maar als rechtvaardigheid
de moeite van begrijpen vereist
- drie,
verdienen er medelijden
- negenennegentig,
zijn sterfelijk
- honderd op de honderd.
Een getal dat vooralsnog niet verandert.
Verzonden vanaf mijn BlackBerry®-toestel

Geen opmerkingen:

Een reactie posten